Na de dood van Carthago.
Niet alleen Carthago werd verwoest, maar volgens
Strabo (XVII 3,16) ook de steden Neferis, Tunis, Neapolis en Clupea.
Daarentegen krijgen de steden Utica, Theudalis, Uzalis, Thapsus, Acholla,
Leptimus en Hadrumetum de status van CIVITATES LIBERAE ET IMMUNES, omdat zij
zich vanaf het begin met Rome hebben verbonden. De meeste bewoners van Carthago
zijn als slaaf verkocht. De bevolking van de 300 dorpen, die Carthago nog had,
is op de vlucht geslagen dieper het binnenland in. Het gevolg is, dat het
platteland direct rond het voormalige Carthago er verlaten bij ligt. De tuinen
worden niet meer onderhouden en het land wordt niet meer verbouwd. Er treedt in
124 v.C. zelfs een sprinkhanenplaag op en een pestepidemie (Orosius V). Het voormalige Carthaagse land van granen,
olijven, vruchten en vee werd dus na 146 v.C. goeddeels braakliggend en
tenslotte gaan de Romeinen het gebruiken als grootschalig graanbouwland. Alleen
de 7 ‘vrije’steden behouden nog hun tuinbouwcultuur.
Pomponius Mela schrijft in boek I, 41:
Dus de
kustregio’s worden bewoond door landbouwers, wier gewoonten niet erg
verschillen van de onze, behalve, dat een aantal van hen van ons verschillen in
taal en cultus. Want zij houden hun oude goden en aanbidden hen op de oude
manier. De mensen achter in het
binnenland hebben geen steden, maar hebben behuizingen, die zij
‘mapalia’noemen. Hun leven is hard en zij hebben geen comfort…………. De mensen
verder in het binnenland zijn nog minder beschaafd en zij trekken rond met hun
kudden ………..
Pomponius Mela beschrijft in feite achtereenvolgens de
Punische steden, de Libyërs en de Numidiërs.
Na de ondergang van Carthago gaat er veel veranderen
in dit eenvoudige beeld. In de Bagrada vallei vestigen zich Italische
kolonisten. De plattelandsbevolking, die in heuveldorpen leeft, geraakt steeds
meer gepuniseerd. De civitates in het binnenland. Zoals Thignica, Numluli,
Avensis, Thibans, Thugga, Agbia, Uchi Maius, Thimide Bure, Tigibba Bure en
Thubursicum Bure bezitten een Punische en Libysche vorm van spraak, organisatie
en aanbidding der oude goden. De gevluchte Carthagers brengen actieve Punische
instituties naar de bergen in het centraal massief bij Mactar. In feite
ontstaan er 2 soorten dubbele gemeenschappen: die van de Romeinen/Latijnen en
die van de Puniërs/Libyërs.
Deze gemeenschappen hebben geen plichten tegenover
elkaar en pas na eeuwen zullen die meer in elkaar opgaan. De Romeinse
landgoederen hadden slechts een beperkte romanisatie tot gevolg. De manieren en
gewoonten van de massa verandert niet of nauwelijks. Juist nu spreidt de
Punische taal zich uit over het platteland en blijft de taal van het gewone
volk. Het gewone volk aanbidt nog steeds, zij het onder andere Romeinse namen,
dezelfde oude goden en ook op de oude manier, totdat pas na eeuwen het
Christendom kwam, een andere godsdienst, maar wel een Semietische! De op den
duur uitbrekende strijd tussen Katholieken en Donatisten markeert een inheemse
‘revival’. De Romeinen pasten zich aan Afrika aan. Zij gaven het vrede en
welvaart, maar Afrika werd nooit echt Romeins, afgezien van de verstedelijking
en de architectuur.
3.13.The
Romanization T.R.S.Broughton
of Africa Proconsularis ncfps
See for
more information and in the English language:
Geen opmerkingen:
Een reactie posten