Ras Sjamra.
Deze grote ruïnenheuvel met een omvang van 25
hectaren ligt op de kust van Noord-Syrië. Het werd in de oudheid door de
bewoners zelf Ugarit genoemd. Hun haven was de baai van Minet el Beida, die de
Grieken Leukos limèn noemden. Omstreeks 1200 v.C. wordt de stad verwoest na
ca.3000 jaren als nederzetting bestaan te hebben. Tussen 1929-1939 na Chr.
werden de eerste grote opgravingen verricht door Schaeffer en Chenet.
In de tempel van Dagon wordt de naam van farao
Senuset I aangetroffen (1970 v.C). In de tempel van Baäl verschijnt de naam van
farao Amenenhat III (ca.1825 v.C). We zien hierna Kretenzische invloeden.
Omstreeks 1350 v.C. wordt de stad getroffen door een aardbeving en een
springvloed. De stad leeft in bondgenootschap met de Hethieten. Tot ca.1200
v.C. volgt er nog een laatste opbloei met enige Myceense invloed. De Zeevolken
maken tenslotte een eind aan de welvarende stad. Ugarit maakt gebruik van een
sterk vereenvoudigd spijkerschrift van 30 lettertekens. Omstreeks 1350 v.C.
schrijft El-Melek, een leerling van Aton-Perlen (hogepriester van koning
Niqmad), het epos op van koning Keret, waarin o.a. de goden El, Mot, Baäl en
Anat voorkomen. Daarnaast is er een hymne aan de god Nikal en de godinnen de
Košarôt en een legende van Danel. Er zijn verbazingwekkende overeenkomsten met
het Oude Testament. Ugarit was geen onbekend terrein voor de (proto)Feniciërs.
Koning Keret wordt zelfs de koning van de Sidoniërs genoemd.
5.5.Iets over Ras Sjamra Referaat VU, Zwolle, 1946
en het
KRT verhaal
Geen opmerkingen:
Een reactie posten