Keltiberië.
Spanje en Portugal verkeren voor een belangrijk deel
gedurende slechts een kwart eeuw onder de heerschappij van de Carthagers. De
zuidelijke kusten zijn daarentegen eeuwenlang het invloedsgebied van de
Feniciërs en later Carthago.
Na de Carthagers komen in de loop van de 2e
eeuw v.C. schoorvoetend de Romeinen. De kusten in het zuiden en oosten hadden
ze al sinds ca.209-205 v.C in handen, maar het binnenland zal voor heel wat
problemen zorgen. Speciaal Lusitanië zal een harde noot blijken te zijn.
In de Baetica was het ook al niet pluis, want hier
vecht Astapa zich letterlijk tot de laatste man, vrouw en kind dood. In 184
v.C. nemen de Romeinen Corbio in en de inwoners worden tot slaaf gemaakt. In
182 v.C. wordt Urbia verwoest.
In 154 v.C. vallen de Lusitaniërs de Baetis-vallei
binnen. Ze overwinnen achtereenvolgens Mummius, Vetilius en Fabius Aemilianus.
Ook in 154 v.C. barst een grote opstand uit bij de Arevaciërs. De Romeinen
sturen er 30.000 man op af, maar er zijn nog 20 jaar en 10 veldtochten nodig om
de Arevaciërs en de Vacceiërs in te tomen. In 145 v.C. nemen de Lusitaniërs
Urso (Osuna) in. In 143 v.C. wordt te Ituca (Montes) een Romeins garnizoen door
Viriathus verdreven.
De Romeinse veldheer Servilianus kan zijn troepen
slechts van de ondergang redden door de leider van de Lusitaniërs Viriathus als
vriend van Rome te erkennen. In de winter van 142/141 v.C. neemt Servilianus
10.000 man krijgsgevangen. Daarvan laat hij 500 man onthoofden en de rest wordt
tot slaaf gemaakt. In 141 v.C. komt er een verdrag van Rome met Viriathus. Hij
wordt echter door een beroeps’killer’uitgeschakeld. Daarna maken de Romeinen
Galba en Didus zich schuldig aan verraad en oorlogsmisdaden in de weer
opgelaaide strijd. Didus moet dat bekopen met de dood, want hij wordt in zijn
eigen kamp door de Keltiberiërs vermoord. In 137 v.C.moet Mancinus zijn gehele
leger bij de Keltiberiërs inleveren, maar toch brokkelt de weerstand tegen de
opeenvolgende Romeinse invallen langzaam af. In het noorden van Spanje valt
Numantia in 133 v.C na een lang beleg in handen van de Romeinen en wordt
uitgemoord. De val van deze Iberische stad vormt eigenlijk het keerpunt in de
oorlog, want vanaf die tijd is er van grote georganiseerde tegenstand niet veel
meer te bespeuren.
Gadir, ofwel Gades behoudt nog lang zijn Fenicische
trekken. Hier blijft de kennis van de Atlantische reizen nog lang bewaard.
Ebusos blijft ook nog lang Punisch van aard. Nog t.t.v.Tiberius gebruikt Gades
het Neo-Punisch op zijn munten. De stad gaat ook pas formeel in 122 v.C. tot de
Romeinse staat behoren.
Carthago-nova behoudt zijn naam. Malaca, Carteia,
Cartama en Abdera zijn de andere plaatsen, waar we nog tijdens de Romeinse
bezetting Fenicische en/of Punische elementen kunnen terugvinden.
3.12.The
Romanan prov. C.R.Knapp Univ.Microfilms International
of
Geen opmerkingen:
Een reactie posten