vrijdag 28 juni 2013

Fergus Millar


De hellenisering van de Fenicische steden.

Fergus Millar komt tot de conclusie, dat de Fenicische steden in tegenstelling tot andere Voor-Aziatische gebieden niet direct geheel vergriekst zijn. De meeste steden houden ook nog hun oude namen met uitzondering van Ace, dat omstreeks 250 v.C Ptolemais gaat heten. Er zijn meer signalen, dat de Fenicische cultuur geen kort leven was beschoren. Zo is er nog in 153/2 v.C een tweetalige inscriptie te Delos, gewijd aan Melqart. Heliodorus, de schrijver van Aethiopica beschrijft zichzelf als een Feniciër van Emessa.  In Athene duikt een inscriptie op: Artemidorus, zoon van Heliodorus, een Sidoniër. De Samaritanen beschrijven zichzelf omstreeks 160 v.C als de Sidoniërs in Shechem.

DRIE eeuwen later (174 na Chr) zien we in Puteoli Tyrische handelaren opduiken, die weliswaar het Grieks als taal gebruiken, maar hun namen zijn Fenicisch. In de Romeinse tijd hebben de Fenicische steden een Grieks vernis gekregen, maar hebben goeddeels hun oude Fenicische gebruiken, instituties en taal behouden. Op Tyrische munten komt dan Dido (=Elisja) met de stichting van Carthago voor.

 

 

24.3 The Phoenician Cities F.Millar          Univ.college London in:

        (A case study of hellenisation)            Proceedings of the  Cambridge Philological  Society

Autran


De visie van Autran in 1920 na Chr.

In een merkwaardig voorwoord komt tot uiting, dat de ontwikkeling van de beschaving eigenlijk niet aan grote landen als Egypte en Mesopotamië (in de oudheid) of China (later) is te danken, maar veeleer aan kleine groepen zoals de Noormannen, de Hollanders of de Portugezen. Zijn insteek is vooral op het gebied van de taal. Hij wijst op de enorme invloed, die de Feniciërs op de ontwikkeling van de Grieken hebben gehad aan de hand van veel taalgelijkenissen en voorbeelden. Hierbij gaat hij ook diepgaand in op de vele legenden, die wel eens een kern van waarheid in zich zouden kunnen hebben.

 

24.4 Phéniciens            C.Autrun          L'institut francais

         Essai de contribution                   d'archéologie

         à l'Histoire antique                       orientale, Cairo 1920

         de la Méditerrannée

Antas


De tempel van Antas.

In het zuidwesten van Sardinië ligt op een tiental kilometers uit de kust op 363 meter hoogte een tempelcomplex. Er staan nog enige resten overeind. Uit het onderzoek van Ferrucio Barreca is gebleken, dat er drie bouwfasen te onderscheiden zijn:

Archaïsch punisch                  6e-5e  eeuw v.C

Laat punisch                 3e eeuw v.C

Romeins                        3e-2e eeuw v.C

De tempel is gewijd aan de god Sid. Daarnaast komt de verbinding met Sardus Pater naar voren. Verder worden ook de goden Horon en Shadrapa vereerd.  Er zijn Punische fundamenten en muren gevonden. De Punische bouwtechniek is aantoonbaar. De gevonden inscripties zijn bestudeerd door Mohamed Fantar. Tot 30 september 1967 konden 21 inscripties geregistreerd worden, waarvan er slechts één geheel compleet is. Niettemin zijn de volgende namen traceerbaar:

Himilkat, zoon van Abdešmoen, zoon van Bodmelqart  Himilkat, zoon van Baalyaton  Adherbaal, zoon van …..  …rtyaton  Himilkat, zoon van Barguiš, zoon van Baalyasap  Baallešo?  …riš, zoon van Ariš  Bodaštart, zoon van ….  Magon, zoon van …  Abi…., dienaar van Bodaštart, zoon van Magon  Germelqart  Adonibaal  …trt  Abd…Aštap, zoon van Himilkat  Abdo, zoon van Mel…

Opmerkelijk zijn de verwijzingen in de trant van:

‘die bij het volk van Carales is’ of  ‘die bij het volk van Sulcis is’ of ‘zoon van de Magoniet’. De laatste moet van de noordkust van Afrika zijn gekomen.

Er worden enige suffeten genoemd zoals: Baalyaton, Adherbaal en waarschijnlijk Hanno.

 

24.5 Ricerche puniche ad   E.Acquaro         Studi semitici 30,

        Antas                            F.Barreca          Instituto di

                                              S.M.Cecchini     studi del viceno oriente

                                             M.Fantar           Roma 1969

                                             M.G.Guzzo Amadasi  >>>>>>>>>>>>>>>>>>>>SID

                                              S.Moscati

 

 

maandag 3 juni 2013

Begin Perzische tijd


Welvaart onder de Perzische parapluie.

Met de komst van het Perzisch bestuur over Fenicië gaan de Fenicische steden een periode van grote welvaart tegemoet en dat is eigenlijk aan het eind van de Fenicische beschaving. De steden gaan geld uitgeven. Sidon functioneert zo’n beetje als de hoofdstad van de 5e satrapie. Vele voorwerpen uit die tijd getuigen van het hoge culturele niveau. De Fenicische steden participeren met hun vloten volop in de Grieks-Perzische oorlogen. Wanneer Cambyses Carthago wil gaan aanvallen, weigeren de Feniciërs dit. Na Salamis moet Xerxes de Fenicische vloten laten vertrekken. Kennelijk hadden de Feniciërs een behoorlijk zelfstandige positie opgebouwd. Pas tegen het eind van de Perzische tijd gaat dit weer veranderen en overschatten de Feniciërs hun eigen kracht. Ze doen mee met een opstand van Evagoras te Salamis op Cyprus, met een mislukte satrapenopstand en uiteindelijk verraadt Tennes zijn eigen stad Sidon, die verwoest wordt met zijn 50.000 inwoners erin.

 

9.4.L'essor de la Phenicie et   J.Elayi     blz 25 ‑ 38

    la passage de la domination

    assyro‑babylonienne à la

    domination Perse

Autonomie en afhankelijkheid


Autonomie en afhankelijkheid.

De beproeving van Fenicië tijdens de Assyrische, Nieuw-Babylonische en Perzische overheersing komt goed tot uiting in onderstaande tabel, waarbij dus alleen de overleveringen zijn verwerkt. Wie weet wat er allemaal nog meer is gebeurd.

 

                             Ka’aspuna   Maiza

                              Arqa                  Kaiza                                                Akzib

                            Usnun        Mahallata                                         Mahalibba

         Unqi Arvad Sumur Gebal Sidon Sarepta Tyrus Usju Akko

========================================================

Tiglat-Pileser I 1076          T                    T        T

Assurnasirpal 875                T    TTT        T        T                   T

Salmanassar III 858                                              T                   T

                          853 veldslag Qarqar

841                                                          T

Adad-Nirari III 800              ?                               T                   T

Tiglat-Pileser III 738TDDD                      T         T                   T

                        734-732                              T         T                   T

Salmanassar V 725+  U                                         U                  B      U

Sargon II 720                                    V

Sanherib 701                         T                    T         T        T       TU    T       TTT 

Esarhaddon 677                                                      V                 T

671                                                                                                                                                                            TU

Assurbanipal 668                  T                                                   T

                   664/663                                                                              VD    VD

Hophra                                                               V

Nebukadnezar 585-572                                                               B

Evagoras                                                                               U

Artaxerxes III 366                                                    U

345                                                                                                                         V

Alexander 332                                                                              V

 

34T: tribuutbetaling, 5U: verbond/verdrag/herschikking in een Assyrische provincie, 7V: verwoesting, 5D: deportatie, 2B: belegering.

In totaal ‘regelt’ Assyrië ca.40 maal iets met de Fenicische steden. Nieuw-Babylonië, Egypte of de Grieken doen dat ook nog eens 10 maal. Nu is dat eigenlijk niet zo dramatisch, want we praten wel over een tijdsbestek van 7 ½ eeuw! Dat is dus gemiddeld elke 25 jaar een ingreep en dan nog niet eens bij elke Fenicische stad. In de 8e en 7e eeuw v.C. zien we echter wel een concentratie van met name de Assyrische bemoeienis.

 

 

 

Alleen de Assyrische bemoeienis:

 

Usnun        738 D,

Siannu        738 U,

Arvad        1076 T, 875 T, 859 B, 734 B, 701 T, 668 U,

Ka’aspuna 738 D,

Sumur        738 D, 722/720 V,

Arqa           738 U, 725 U,

Mahallata? 875 T,

Maiza?       875 T,

Kaiza?        875 T,

Gebal         1076 T, 875 T, 738 T, 734 T, 701 T, 

Sissu?         677 V,

Kundu?      677 V,

Bit-Zitti      701 T,

Sidon         1076 T, 875 T, 858 T, 805 T, 738 T, 734 T, 725 U, 705 B, 701 T,

                    677 V,

Zaribtu       701 T, 677 U,

Mar’ubba? 677 U,

Mahalliba   701 T,

Tyrus           875 T, 858 T, 805 T, 738 T, 734 T, 725 B, 705 B, 677 T,  671 BT, 

668 T,

Usju           725 U, 701 T, 643 DV,

Akzib         701 T,

Akko          701 T, 643 DV,

 

De jaartallen zijn deels omstreeks, omdat de bronnen niet eenduidig zijn.

Wel is duidelijk, dat de meeste Assyrische acties op Tyrus, Sidon en Arvad zijn gericht.

 

9.3.Autonomie en afhan‑

    kelijkheid v d Phoe‑                    Doctoraal scriptie

    nicische steden      C.J.Elsinga        Haarlem 1982

    vanaf de Assyrische                     [+ aantekeningen]

    overheersing t/m Antiochus III.

Tyrus vlg Katzenstein


Tyrus is de aanjager.

Volgens Plinius had de stad in zijn bloeiperiode een omtrek van 4 km (=22 stadia) en woonden er op elke hectare 520 mensen. Volgens Beloch moet de stad een oppervlakte van 75 hectaren gehad hebben, waarin 30.000 man een plaats vonden. Pietschmann komt tot een oppervlakte van 57.6 hectaren en kon de stad in oorlogstijd 40.000 mensen herbergen. De noordelijke zogeheten Sidonische haven was van natuurlijke oorsprong en was al in de 11e eeuw v.C. in gebruik. De zuidelijke Egyptische haven was kunstmatig aangelegd in de 9e eeuw v.C. Beide havens stonden oorspronkelijk door middel van een kanaal met elkaar in verbinding (Plinius).

De oostelijke muur was 150 voet (=45m) hoog.

A.Poidebard vindt in 1934 na Chr. een 750 meter lange pier, die tot 8 meter breed is tijdens lucht- en onderwateronderzoek.

 

Justinius bericht in Epitomes (XVIII 3,5) over de vermeende stichting van Tyrus: Vele jaren later, dezen(de Feniciërs, die Sidon gesticht hadden), die door de koning van de Ashkaloniërs waren veroverd, scheepten in en stichten de stad Tyrus, één jaar voor de verwoesting van de stad Troje. Dat zou dan dus in het begin van de 12e eeuw v.C. geweest moeten zijn, waar we weten, dat Tyrus, of althans zijn vastelandkern Usju, al veel eerder bestond.

Wen Amon heeft het in zijn reisverslag omstreeks 1080 v.C. over o.a. Tyrus.

In die stijd staan de Filistijnen, Sidoniërs en Tyrus vijandig tegenover het rijk van Saul. Pas als de Filistijnen zijn verslagen, dan komt er toenadering tussen het rijk van David en Abibaäl van Tyrus.

Hiram I (10e eeuw v.C) helpt Salomo met de bouw van zijn paleis en tempel en bemant en bouwt samen een Rode Zee vloot.

 

Enige koningen in het begin van Tyrus:

Hk3 n Djw3wj                        ca.1900 v.C.

Een usurpator?                       voor ca.1350 v.C.

Abimilki                                 na ca.1350 v.C.

Baäl-t-r-m-g                                     ca.1230 v.C.

Abibaäl                                   ? – 970 v.C.

Hiram I                                   969-936 v.C.

 

Het is de tijd van de grote exploratie van de Middellanse zee. Menig steunpunt wordt in het verre westen opgezet. Tijdens de Assyrische periode boet de stad voortdurend aan macht en rijkdom is. Ondanks diverse blokkades weet de stad toch steeds enige zelfstandigheid te behouden. Pas in 671 v.C. moet Baäl van Tyrus een ‘qepu’(Assyrische gedeputeerde) naast zich dulden. In het verdrag met Esarhaddon worden de volgende goden genoemd: Baäl-Shamêm, Baäl-Malagê, Baäl-Zaphon, Melqart, en Ešmoen. Carthago is dan al vanuit Tyrus gesticht en ontwikkelt zich snel tot de metropool van de Fenicische beschaving. In het begin van de 5e eeuw v.C. moet Tyrus nog een beleg van 13 jaar ondergaan en moet zich schikken in een Nieuw-Babylonische overheersing.

Pas ten tijde van de Perzen kan de stad weer enigszins tot een verdere ontplooiing komen, maar bij de komst van Alexander de Grote gaat het helemaal mis.

 

9.2.The history of Tyre  H.J.Katzenstein    Jerusalem 1973 Schocken

       rom the Beginning                                institute for Jewish

       of the second Millenium B.C.E.           Research.

       until the Fall of the Neo‑

       Babylonian Empire in 538 B.C.E.     

zondag 2 juni 2013

Sidon vlg Jidejian


Sidon meer uitgebreid.

In Genesis X 15-18 lezen we:

Kanaän werd de vader van Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth en de Jebusieten, de Amorieten, de Girgashieten, de Hivieten, de Arkieten, de Sinieten, de Arvadieten, de Zemanieten en de Hamathieten. Daarna verspreiden zich de families van de Kanaänieten.

Voor het eerst komt Sidon echter tastbaar naar voren in de El-Amarna brieven, waarin de koning Zimrida van Sidon wordt genoemd. Via de bibliotheek weten we, dat er een legende was, waarin Keret, de koning van de Sidoniërs, een rol speelde. Een van de oudste Fenicische inscripties vinden we terug op een speerpunt: Speer van Gerbaäl, de Sidoniër.

Sidon is samen met Tyrus vooral verantwoordelijk voor de gigantische expansie van de Feniciërs over de Middellandse zee en daarbuiten. Lange tijd kan de stad het op een akkoord gooien met de steeds terug komende Assyriërs, totdat het uiteindelijk een Assyrische provincie wordt. Abdi-Milkutti waagt het om in de 7e eeuw v.C. in opstand te komen en wordt verslagen door Esarhaddon, die Sidon hernoemd als Kar-Esarhaddon. In dezelfde 7e eeuw v.C. heeft Sidon op een of andere manier contacten met Zuid-West Arabië. Vrouwen uit Sidon doen daar in een tempel dienst. In 1929 na Chr. zijn namelijk inscripties gepubliceerd door J.Halévy in Répertoire d’épigraphie sémitique (nr.2773), welke gevonden zijn in el-Mihyar te Yemen op korte afstand van de stad Ma‘în.

Na de Assyriërs kwamen de Nieuw-Babyloniërs en hen weer de Perzen. Aan de Perzen werd een groot eskader geleverd in hun strijd tegen de Grieken. Lange tijd schikt de stad zich in de aan de grotere rijken onderhorige positie, totdat koning Tennes de kracht van zijn stad en leger(tje) onderschat. Artaxerxes van de Perzen verwoest de stad met zijn 50.000 inwoners uitermate grondig. Toch herstelt de stad zich weer. Alexander de Grote wordt loyaal binnengehaald en ook in de Hellenistische tijd volgt nog een opbloei, totdat een aardeving 2/3 deel van Sidon wegvaagde. O.a.Poseidonius (ca.100 v.C) rept daarover.

De godenwereld van Sidon bestaat vooral uit Aštarte en Ešmoen. Ze hebben hun tempels liggen aan de monding van de Bostrenus.

Volgens Poseidonius zou de Sidoniër Mochus (geboren nog voor de tijd van Troje) een theorie over atomen hebben ontwikkeld. Overigens worden de Feniciërs veelal ook Sidoniërs genoemd, zodat een stricte scheiding van bewoner van Sidon en Sidoniër in het algemeen moeilijk te maken valt.

 

 

 

 

 

De koningen van Sidon zijn:

Zimrida                                   ca.1370-1355 v.C.
Phaedimus?                                     10e-9e eeuw v.C?  > zie:Odysseus XV 118-119
Luli (Elulaeus)                        ca.715-701 v.C.
Ethbaäl (Tuba‘lu)                            ca.701 v.C.
Abdimilkutti                           ca.678 v.C.
Eshmunazar I                         ca.550 v.C.
Tabnit                                     ca.500 v.C.
Eshmunazar II                        5e eeuw v.C.
Bodashtart                             5e eeuw v.C.
Sedek-yathon/Yatanmilk                 5e eeuw v.C.
Tetramnestus                          5e eeuw v.C.
Baälshillem                             ca.445 v.C.
‘Abdamon                              ca.440 v.C.
Baäna                                              ca.430 v.C.
Baälshillem II                         ca.420 v.C.
Straton I                                 374-362 v.C.
Tennes                                    362-351 v.C.
Straton II                                344-322 v.C.
Abdalonymus                         322-? v.C.
Philocles                                 2e eeuw v.C?

 

In 1829 en 1852 na Chr. worden er duizenden gouden munten gevonden, die helaas voor een deel omgesmolten werden door de lokale bevolking.

In 1855 na Chr. wordt de sarcofaag van Eshmunazar gevonden. E.Renan houdt in 1864 na Chr. een grote verkenningstocht door o.a. de Libanon en vindt diverse anthropoïde sarcofagen. In 1887 komen er sarcofagen aan het daglicht te Ayaa, een buitenwijk van Sidon. Bijzonder groot is de teruggevonden necropool van Magharat Abloun (grot van Apollo), maar ook bijzonder groot zijn de activiteiten van schatrovers geweest.

 

9.1.Sidon                N.Jidejian         Beiroet/Dar el Mackreq
                                                         Publishers

 

Mauretania volg Cintas



Mauretanië volgens Cintas.

Op basis van geografische en geologische kaarten zijn de vermoedelijke vestigingsplaatsen van de Feniciërs goed op te sporen. Daarbij zijn in ieder geval volgens Cintas de volgende voorwaarden in acht te nemen:

1.een drinkplaats;

2.een visrijke rivier;

3.heuvels;

4.zandige oever om te kunnen debarkeren.

Voorts moet men letten op kapen of zoutmeren. Echte natuurlijke havens zijn niet strict noodzakelijk, want de Feniciërs trokken hun schepen gewoon op het strand.

De volgende plaatsen (van noord naar zuid aan de Atlantische kust van Marokko) hebben een verleden uit de Oudheid:

- Tanger:
Het Tingis uit de Punische tijd met inscripties uit de 4e eeuw v.C.

- Cap Spartel:
Op 4 km ten zuiden van de kaap bevinden zich de ‘Grotten van Hercules’ met o.a. een Punisch graf (eind 6e eeuw v.C).

- Ad Mercuri:
Voornamelijk Romeins, maar toch ook enige Fenicische en Carthaagse vondsten.

- Arcili:
Het ZILIS uit de Oudheid met Punische keramiekscherven.

- Tchemmich:
Fenicisch uit de 6e eeuw v.C. Grieks aardewerk uit de 5e eeuw v.C. Punische vondsten uit de 4e eeuw v.C. De traditionele stichting wijst naar ca.1100 v.C. Een scarabee met het teken ‘nb’ (=Nebmare) verwijst naar Amenophis III (1405-1370 v.C), maar het voorwerp moet veel later op deze plaats terecht zijn gekomen.


- Moulay Bouselham/Oualidia:

Er is een verbinding met zee via de Merdja Ez Zerga en de Merdja Ras ed Daoura. De necropool bevat enige mausolea en werd zowel door de Puniërs, als door de Romeinen en Mohammedanen gebruikt. Er is veel Romeinse keramiek teruggevonden en een enkel laat-Carthaags voorwerp.

- Estuarium van de Oued Bou-Regreg:

In Rabat/Salé werd niets gevonden, maar de lokatie is te gunstig om over het hoofd gezien te worden. In Chella zijn wel preromeinse scherven gevonden (3e eeuw v.C) en onder de boulevard Reine ligt een necropool uit de 2e eeuw v.C. Een lamp en fles zijn vanuit de 1e eeuw v.C.

- Azemmour:


Op de linkeroever van de rivier is Romeins geld  en zijn Romeinse graven gevonden. Ten zuiden hiervan zijn enige muren en graven aanwezig van een gepuniseerde bevolking. Vondst van potscherven en een fles.

- Mazagan/El Djedida:

Ten zuiden van deze plaats ligt Tit. Hier zijn neopunische graven teruggevonden. De plaats is RUSIBIS, zoals Plinius die noemt in Hist.Nat.V.9.

- Cap Cantin:

Dit is SOLOEIS vanuit het bericht van Hanno. Op de top van de ‘falaise’ bevindt zich een Punische onderaardse kamer.

- Djorf el Youdi:

Hier is de voet van een beeld gevonden en is waarschijnlijk van Punische makelij.

- Haha:

Aan de Cap Rhir is Punische keramiek uit de 3e eeuw v.C. aangetroffen en bovendien enig Iberische geometrische keramiek.

- Imsouane:

Aanwezigheid van Punische keramiek.

- Mogador:

Veel Punische keramiek. Punische inscripties, bouwwerken en haveninstallaties.

 

Er werd niets gevonden te Mehedia, Le Rharb, Zaer-Chaouia, Salé, Doukala, Abda, Safi, Souira-Kedima,  Cap Sim, Oued Draa, Cap Tafelney, Sous. Toch zijn dit plaatsen, die in aanmerking kunnen komen.

 

8.8.Contribution a l'étude de
       l'expansion carthaginoise                               P.Cintas    
       insititut des hautes‑études  au Maroc
       marocaines LVI
                             Moulay Bouselham,Méhédia,Salé,Le Rharb,
                             Zaer Chaouia,Azemmour,Mazagan,Djorf el
                             Youdi,Haha,Cap Sim,Sous,Mogador}

                            

Mauretania vlg Montalban


Mauretanië.

 

Huidige naam      klassieke naam              Fenicisch    Carthaags   Romeins

========================================================

-Alcazarouivir                                           x                 x                 x

-Larache               LIXUS                          x                 x                 x

                            TABERNAE                 x                 x                 x

-Arcila                 ZILIS                             x                 x                 x

                            AD MERCURI             x                 x                 x

Cabo Espartel      PROM.AMPELUSIA

-Tanger                TINGIS                         x                 x                 x

-El Barch                                                                      x                 x

Punta Mares                  PROM.ALBUM

Punta Ferdina      AD SEPTEM FRATRES

-Benzu                 VALONE                      x                 x                 x

-Ceuta                  AD ABILEM                                                      x

                            AD AQUILAM MINOREM

-Rauoia                                                     x                 x

Cabo Negra                   AD AQUILAM MAIOREM

Rio Martin           TAMUDA FLUMEN


-Tetuan                TAMUDA                     x                 x                 x

Cabo Mazari        PROM.BARBARI

-Oad Lau             LAUD PLUMEN          x                 x                 x

-Ras Targa                                                x                 x                 x

-Dar Akeba                                                                  x                 x

-Bihamel              TAENIA LONGA        x                 x                 x

-Maaden                                                    x                 x                 x

-Taasa                                                       x                 x                 x

-Punta Pescadores         COBUCLA         x                 x                 x

-Mestasa                                                    x                 x                 x

-Cabo Tris                                                 x                 x                 x

-Penon de Velez                                         x                 x                 x

                            PROM.TORIUM

-Alumecas            AD SEX INSULAS      x                 x                 x

-Einzo/Afran/Sidi Dris                              x                 x                 x

-Punta Negra       CAZAZA                      x                 x                 x

Cabo Tres Forcar PROM.RUSADDIR


-Melilla                RUSADDIR  x                 x                 x


-Mar Chica                                                                   x


-Chafarinas          AD TRE INSULAS      x                 x                 x      

Muluya                MULUCHA MALYA FLUMEN

 
Bovenstaand overzicht is samengesteld op basis van de kaart van Cesar Luis de Montalban. Hij stelde dit op in het begin van de 20e eeuw na Chr. toen De Rif nog Spaans gebied was (1933 na Chr.). De plaatsen zijn vermeld van zuid naar noord en van west naar oost. De meeste van de 28 plaatsen liggen aan de zee. Van 7 plaatsen kan gezegd worden, dat het echte blijvende nederzettingen zijn. De overigen zijn in ieder geval vindplaatsen. Het is opmerkelijk, dat Ceuta door Montalban niet als nederzetting van de Feniciërs wordt aangegeven, daar waar de lokatie toch typisch Fenicisch genoemd kan worden. Er is hier kennelijk nog veel archeologisch werk te doen.
 
 
8.7.Mapa arqueologico    C.L de Montalban   1933
      de la zona del
      protectorado de
      Espana en Marruec        {Melilla,Cazaza,Alucemas,Tanger,Valonae,
                                              Ceuta,Arcila,Larache,Tetuan,Laud Plumen,
                                              Cabo Tris,Cobucla,Taenia Longa,Parietina}