De hellenisering van de Fenicische steden.
Fergus Millar komt tot de conclusie, dat de
Fenicische steden in tegenstelling tot andere Voor-Aziatische gebieden niet
direct geheel vergriekst zijn. De meeste steden houden ook nog hun oude namen
met uitzondering van Ace, dat omstreeks 250 v.C Ptolemais gaat heten. Er zijn
meer signalen, dat de Fenicische cultuur geen kort leven was beschoren. Zo is
er nog in 153/2 v.C een tweetalige inscriptie te Delos, gewijd aan Melqart.
Heliodorus, de schrijver van Aethiopica beschrijft zichzelf als een Feniciër
van Emessa. In Athene duikt een
inscriptie op: Artemidorus, zoon van Heliodorus, een Sidoniër. De Samaritanen
beschrijven zichzelf omstreeks 160 v.C als de Sidoniërs in Shechem.
DRIE eeuwen later (174 na Chr) zien we in Puteoli
Tyrische handelaren opduiken, die weliswaar het Grieks als taal gebruiken, maar
hun namen zijn Fenicisch. In de Romeinse tijd hebben de Fenicische steden een
Grieks vernis gekregen, maar hebben goeddeels hun oude Fenicische gebruiken,
instituties en taal behouden. Op Tyrische munten komt dan Dido (=Elisja) met de
stichting van Carthago voor.
24.3 The Phoenician Cities F.Millar Univ.college London in:
(A case study of hellenisation) Proceedings of the Cambridge
Philological Society