De nadagen van de Kanaänieten.
De in Egypte gevonden tabletten bij El Amarna geven
een goed inzicht van de situatie in Kanaän tijdens de 14e eeuw v.C.
De Egyptische invloed is er tanende en het land wordt bedreigd door
Amorietische vorsten waaronder ‘Abi-Aširta. Rib-haddi is de vazalkoning van
Byblos (Gubla) en verkeert in grote moeilijkheden, zoals uit tablet EA 362
blijkt.
Rib-haddi: Spreek
tot de koning (=farao), mijn heer: aan de voeten van de heer ben
ik 7 keer en 7 keer neergevallen. Nu heb ik de woorden van de koning gehoord,
mijn heer en mijn hart heeft zich zeer verheugd. Dat mijn heer snel
boogschuttertroepen zal sturen. Als de koning, mijn heer, niet snel
boogschuttertroepen zal sturen, dan zullen we sterven en de steden van Byblos
zullen worden ingenomen.
Opmerkelijk is de overdreven onderdanigheid, die uit
dit bericht spreekt. Het getal zeven heeft een bijzondere betekenis en zeker
het kwadraat daarvan. Tijdgenoten van Rib-haddi zijn Milkili van Gezer (Gazru),
Suruta van Akka, Šuwardata van Gath (Gimti), Yidya van Ašqaluna (Askalon) en
Intaruta van Akšapa (Achshaph). De steden Amqi, Hazor (Hasura), Japhia (Yapu),
Sidon (Siduna), Ullassa en Ushu (Usû) bestaan al. Kanaän, het land, wordt
betitteld als Kinahhi. De Kanaänietische taal bevat reeds veel woorden, die we
later in een aangepaste vorm bij de Feniciërs zien terugkomen. Bijvoorbeeld:
|
Abu vader ’b
Belu b’l
Beru mijl,
dubbel uur b’r
Elû boven ‘l
Erbâ veertig ‘rb’
Mâtu sterven mt’
Me’atu honderd m’t
Mulku koningschap mlk
Mutu dood mt
Naru rivier nhr (god Oegarit)
Šamšu zon šmš
|
tablets
359‑379 Bercker,
Kevelaer
Geen opmerkingen:
Een reactie posten