woensdag 15 mei 2013

Arwad


Arvad.


De plaats Arvad ligt tussen Byblos en Oegarit in. Het is het eilandje Ruad, dat op 3 kilometer is gelegen van Tartus. Volgens Strabo (XVI 753) bedraagt de afstand tot de kust 20 stadia. Hij gaat er van uit, dat Arvad door Sidon in 761 v.C. werd gesticht, maar de plaats is veel ouder. Josephus (Ant.Iud,I 128) zegt  dat Arvad gesticht werd door Aradius, zoon van Kanaän (Genesis X 18). Arvad is een belangrijke Fenicische plaats geweest. De plaats wordt genoemd in de El-Amarna tabletten  en de Assyrische annalen voor wat betreft de periode 1400-400 v.C.  De meest uitgebreide informatie komt pas los wanneer de stad munten gaat uitgeven in de Hellenistische tijd. Op de munten worden de goden Dagon en Melqart veelvuldig afgebeeld. Opvallend is, dat in het schrift het voorzetsel MEM wordt gebruikt i.t.t. Sidon en Tyrus, waarbij de LAMED vooral wordt gebruikt. Het voorkomen van de MEM als voorzetsel zien in diverse West-Fenicische kolonies echter ook terugkeren. Arvad moet ook een rol gespeeld hebben in de enorme expansie, die de Feniciërs over de Middellandse zee hebben ontplooid. Door de munten krijgen we ook wat meer inzicht in het vasteland(sbezit) tegenover Arvad. Daar verschijnen munten uit Carne (Carnos,Karnun), Amrit (Marathus), Simyra (Zimreh, Sumra) en Orthosia (Ard Artusi). Bij zijn grootste ontplooiing moet de stadstaat geheerst hebben tot aan Sigo en Mariamme in het Ansariye gebergte.


2.2.Arwad‑Greek Coins      G.F.Hill          
    of Phoenicia

 

De stadsstaat Arvad/Arados/Aradus.


Volgens Strabo (XVI,2,12) besloeg het gebied van Arvad in de Fenicische tijd de streek tussen Paltos in het noorden en Simyra in het zuiden tot aan de Eleutheros.  Onder Seleucus II werden de grenzen nog uitgebreid tot aan Sigo en Mariamme in het binnenland en de zuidelijke kusten tot aan Berytus. Arvad wordt in deze tijd (300-200 v.C) dus Arados genoemd. De stad werd vooral bekend vanwege een asielrecht, dat men verwierf. Strabo (XVI,2,14) bericht daarover:


De Aradiërs, zoals de andere Feniciërs, gehoorzaamden aan de koningen van Syrië als bondgenoten. Omdat de twee broers Seleucus Callinicus en Antiochus, bijgenaamd Hiérax,  zich tegen elkaar afzetten, verbonden de Aradiërs zich met Callinicus, sloten een verbond, waarbij het hen was toegestaan bij hen vluchtelingen op te nemen, die het koninkrijk verlieten, waarbij zij hen niet tegen hun wil behoefden uit te leveren. Het was hen overigens niet toegestaan om zee te kiezen zonder toestemming van de koning.


2.3.Aradus et sa perée     H.Seyrig          
    sous les rois Séleucide



 ncfps


See for more information and in the English language:

 


 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten