vrijdag 24 mei 2013

Bosch-Gimpera


Grieken (overlevering) en de Feniciërs in het verre westen.

Het is via de Feniciërs, dat de Grieken kennis nemen van legendarische figuren, zoals in deze stamboom is gepresenteerd. Afgezien van Héraclès (=Melqart) weten we niet of nauwelijks, hoe de Feniciërs hen noemden. Wellicht heeft de stam GER in GÉRYON 'klant' te betekenen en is Erythia afgeleid van Astarte.

CHRYSAOR X CALLIRHOÉ

        

      GÉRYON

         ‡strijd met HÉRAKLÈS

      ERYTHIA

        

       NORAX

Melqart komt pas voor ca.800 v.C op gedane vondsten te Aleppo (KAI 201), maar Philo van Byblos noemt hem in zijn 'Phoinikika' als zoon van Demarous met de naam Melkathros vrij hoog in het Fenicische goden‑pantheon.

We moeten zo langzamerhand echter de klassieke verhalen over Héraklès/Hercules gaan verlaten. Voor en bij de stichting van Gadeira speelt deze mythische figuur een voorname rol. In het kort: Hij richt zuilen op en wel op elk der continenten. Hij drijft er de kudden voort van Geryonès in een dan nog onbewoonde wereld. Hij doodt de reus Geryonès. Hij komt naar Erytheia. Hij hoort van de welvaart van Iberië en verovert het land. De Gaditanen krijgen de opdracht het gebeente van Hercules van Tyrus naar Gadès te brengen. Aldaar verschijnt een tempel ter zijner ere. De legende bedekt wellicht een historisch feit, zoals Macrobius (Saturn.I.20,12) meldt:

Nog zo'n bericht en wellicht gaat het over dezelfde gebeurtenis:

Theron, Géron of Hiéron, koning van het aan deze zijde liggende Spanje, komt met een vloot naar Gadir om de tempel van Hercules te overmeesteren. Voor Gadir vindt een zeeslag plaats, waarbij de schepen van 'Theron' in brand geraken op het uiterste einde van het eiland Léon (Macrobius/Justinius).

Daarnaast zijn er nog een aantal zaken het vermelden waard, die o.a. Diodorus heeft opgetekend.

Diodorus IV,18: In dit hoofdstuk vertelt Diodorus, dat Héraclès met zijn vloot in Iberië geraakte, drie aanvoerders van evenzovele legers versloeg en vriendschappelijke betrekkingen aanknoopt met een zekere rechtvaardige koning van de inheemse bevolking. Zijn naam wordt niet overgeleverd. Hij draagt het koningsschap over Iberië aan hem over en trekt verder naar het land van de Kelten. Het getal drie komt steeds weer terug: zo ook met de drie riviermondingen van de Baetis en met 3 pogingen ter stichting van Gadir!

Marcus Terentius Varro (116‑27 v.C) rapporteert, dat de Iberiërs, Perzen, Feniciërs en ook de Kelten en Puniërs in geheel Spanje zijn gekomen (over Plinius N.H.III,1). Het is merkwaardig, dat Feniciërs en Puniërs beiden genoemd worden, terwijl zij toch zeker in tijd duidelijk onderscheidbaar zijn. De inval van de Kelten in het land der Iberiërs is wel goed te plaatsen, maar dat er Perzen zijn gekomen, is niet erg waarschijnlijk. Mogelijk werd met de Perzen het volk der Pharusiërs genoemd, die in Noord‑Afrika woonachtig waren en dat is dan wel voorstelbaar.

Tot zover de vermoedelijke legendes. Wat we wel zeker weten is, dat in de 10e eeuw v.C in Tyrus Hiram I regeert. Tijdens zijn regering is er sprake van een expeditie tegen een kolonie, die de jaarlijkse afdracht weigerde of niet kon betalen. De naam in de overlevering is niet goed leesbaar. Velen denken, dat het Kition geweest moet zijn, maar er zijn ook redenen om aan te nemen, dat het Utica is geweest. Aangezien de stichting van Utica en Gadir in één adem genoemd wordt en aangezien Hiram I van 970‑936 v.C regeerde, zou dan Gadir al bestaan kunnen hebben. Wellicht valt dan al de overgang van semi‑ permanente steunpunt naar een permanente nederzetting. Na o.a. de reeds gememoreerde 'Astarte'‑dynastie regeert in de eerste helft van de 9e eeuw v.C in Tyrus opnieuw een krachtig figuur: Ithobaäl I. Hij zou o.a. Auza in Libya gesticht hebben. Na zijn regering krijgen de Tyriërs steeds meer te maken met het imperialistische Assyrië en zullen ze uiteindelijk onder Pumayyaton's regering een nieuwe hoofdstad gaan stichten (Carthago). Er komt een hele volksverhuizing op gang en niet alleen naar Carthago. Ook in Iberië zullen daar de effecten in de volgende eeuw van merkbaar worden.

De Grieken beginnen Spanje pas goed te kennen in de 2e helft van de 7e eeuw v.C. Kolaois van Samos weet een keer het rijk(je) van de koning Argonthonius te bereiken. Aan de oostkust komen Griekse steunpunten. Er is zelfs sprake van een zeeslag bij Kaap Artemision (kaap Nao), maar dat is hoogst onzeker. Voorbij de zuilen van Melqart komen ze echter maar hoogst zelden. Slechts bij de eilandjes Peregel en Paloma zouden ze mogen komen om er offers te brengen op altaren voor Héraklès, maar dan moet men zich wel eerst aanmelden op het ‘eiland van de maan’.  Waarschijnlijk ziet Pytheas van Masalia zijn kans schoon voor een grote Atlantische ontdekkingstocht op met moment, dat Carthago de handen vol heeft met de strijd tegen Agathoklès tegen het einde van de 4e eeuw v.C.

 

5.9.Phéniciens et Grecs          P.Bosch‑Gimpera  La nouvelle clio blz 269‑296
       dans l'extrême occident                                  Paris

                                        

Geen opmerkingen:

Een reactie posten