Een tijdgenoot bericht:
Thukydides leefde van ca.460 – ca.396 v.C. Hij
beschrijft zijn eigen tijd en met name de Peloponnesische oorlog tot het jaar
411 v.C. Dit was weliswaar een oorlog tussen Grieken, maar in de
voorgeschiedenis vooral komen de Feniciërs van tijd tot tijd naar voren.
Boek I.
-
8:In de tijd van koning Minos wordt er door de Feniciërs naar hartelust
aan zeeroverij gedaan tussen de Egeïsche eilanden.
-
13:De Foceërs, die Marseille stichtten, overwonnen de Carthagers ter
zee.
-
16:Cyrus bracht de Ionische steden op het vasteland in slavernij en
later onderwierp Darius met de machtige Fenicische vloot ook de eilanden.
-
110:Inaros, de koning van de Libyërs, die de gehele Egyptische opstand
had georganiseerd, werd door verraad gevangen genomen en gekruisigd.
Ondertussen voeren uit Athene en de overige steden van de bond vijftig triremen
ter aflossing van de andere naar Egypte. Zij landden bij de Nijlmond van
Mendes, zonder iets te weten van wat er gebeurd was. Hier werden zij
overrompeld van de landzijde door Perzisch voetvolk, ter zee door een
Fenicische vloot. Het grootste deel van de schepen ging verloren, een klein
aantal wist te ontkomen. Dit was het einde van de grote expeditie van de
Atheners en hun bondgenoten naar Egypte.
-
112:Maar door de dood van Cimon en door honger gedwongen verlieten zij
Cition en ter hoogte van het Cyprische Salamis leverden zij een zeeslag tegen
Feniciërs en Ciliciërs, tegelijk met een gevecht te land; nadat zij in beide
gevechten overwonnen hadden, keerden zij naar huis terug en met hen de
inmiddels uit Egypte teruggekeerde schepen.
-
116:Maar Pericles onttrok 60 schepen aan de blokkade(van Samos) en
spoedde zich naar Caunos en Carië, omdat er een bericht was, dat een Fenicische
vloot op komst was.
Boek VI.
-
2:Ook de Feniciërs woonden langs de kust van geheel Sicilië. Zij namen
bezit van de voorgebergten en kleine eilanden om van daar uit handel te drijven
met de Siciliërs. Maar toen de Hellenen in grote getale over zee voeren, gaven
zij ze grotendeels op en beperkten zij zich tot de steden Motye, Soloeis en
Panormos, waar zij gezamenlijk woonden dicht bij de Elymiërs, omdat zij op hun
bijstand vertrouwden en omdat de overtocht van Sicilië naar Carthago van daar
uit het kortst is.
19.9 Thucydides:De Pelo‑ M.A.Schwartz Haarlem,Tjeenk‑Willink
ponesische oorlog 1964
Geen opmerkingen:
Een reactie posten