Een taalcolloquium.
Van 8-10 april 1974
werd in Keulen een colloquium over de talen gehouden ten tijde van de
Romeinse keizertijd. Voor wat betreft de Fenicische en de Punische taal werd
o.a. het volgende gememoreerd:
In de steden
Byblos, Sidon en Tyros bleef het inheemse Fenicisch tot in de 1e
eeuw v.C zeker aanwezig.
In Sidon
worden in 66/67 na Chr. nog Fenicische legenden genoemd.
In het nieuwe
testament van Marcus komt een Kanaanietische vrouw voor, die Grieks spreekt,
maar geboorte Syrisch was. Zij woonde in het gebied tussen Tyros en Sidon.
Apuleius
schrijft in de 1e eeuw na Chr.over iemand, die alleen Punisch kent
en maar een paar woorden Grieks.
In Sardinië
komen we nog een triliguaal tegen vanuit de 1e helft van de 2e
eeuw na Chr met een wijding aan Ešmoen.
In Afrika
komt nog het Punisch voor t.t.v.Juba I en Bocchus de jongere. Juba II gebruikte
nog Punische boeken. Het Neopunisch komt vooral voor te Leptis Magna en
Mogador. In Tripolitanië is nog een opschrift in het Punisch gevonden vanuit
15-27 na Chr.
St.Augustinus meldt, dat een aanzienlijk deel van de
bevolking nog Punisch spreekt. In El-Hofra komen we de getuigenis van een
Kanaaniet tegen: Abdešmoen, zoon van Madar, man van Kanaan.
Arnobius de
jongere heeft in 460 na Chr. over een Punische taal in het gebied van de
Garamanten in een psalmencommentaar.
In Italië
bevat de “Palimpset” van Ambrosiana in de 4e-5e eeuw na
Chr. nog van Punische woorden afgeleide teksten. Er zou zelfs in de 10e
eeuw na Chr. nog een handschriftengroep aanwezig zijn geweest.
26.4 Die
Sprachen im Römischen
Kolloquium 8‑10 april 1974
Reich der Kaiserzeit Koln 1980 Rheinland
Verlag
‑Minderheiten und I.Kajanto
ihre Sprache in der
Hauptstadt Rom
‑Lybien von der O.Rössler
Cyrenaïca bis zur
Mauretania Tingitana
‑Das Punische im W.Röllig
Römischen Reich
Geen opmerkingen:
Een reactie posten