URBANISME & ARCHITECTUUR
Voor Salomo werken:
1.fenicisch(-Israëlische) handwerksman: Houram-abi.
Hij is de zoon van een Tyriër en van een vrouw uit de stam Nephtali of Dan.
2.De Giblieten
3.Ambachtsman door Hiram gezonden, of hij heet zelf
Hiram. Hij is een bronsbewerker, vervaardiger van de kolommen en van eredienst
(metalen) voorwerpen
4.Hoofd van de werklieden: Adoram, Hadoram of
Adoniram.
5.Een Fenicische architect.
In Tyrus is de tempel t.t.v.Herodotos al 2300 jaar
oud. Deze stond op het kleinste eiland van Tyrus: Zeus Olympos=Baal Shamin. Hiram
verbindt het kleinere met het grotere eiland.
De Fenicische steden zijn meestal havensteden met
een vrij regelmatig patroon met pakhuizen, werkplaatsen en veelal gelegen op
eilandjes en kapen zo mogelijk in de buurt van een riviermonding. M.u.v.Beersheva
gelijken de Israëlische steden er helemaal niet op. Dit zijn meer
administratieve en/of defensieve centra. Megiddo is de hoofdstad van het 5e
district van het rijk van Salomo en wordt bestuurd door Baana, zoon van
Ah.ilud.
Het verschil in urbanisme weerspiegelt ook het
verschil in de economie:
Israël: landbouw
Tyrus: handel, industrie
Bouwmanieren & materialen:
Men maakt gebruik van aan drie zijden afgeplatte
stenen, maar één kant heeft een boogronding of uitsteking, waardoor er iets van
decoratie ontstaat. Verder maakt men gebruik van strekse stenen of vierkante
tegels.
De pilaarmuurbouw stamt af van de Hittieten.
Speciale Fenicische metseltechniek vinden we ook terug in gebouwen van Nimrud,
bij Salomo en bij Achab. De muren met kazematten zien we al in de 17e
eeuw. Dit zijn dubbele muren met kamers ertussen-> Palestijns/Kanaanietische
oorsprong.
De proto-eolische kapitelen (met palmachtige
bladeren) zijn wellicht een Israëlietische uitvinding. Dit komt in Fenicië
haast niet voor, maar in Cyprus juist weer wel.
Samenstelling tempel van Jeruzalem:
1.vestibule (20 ellebooglengten (c.50 cm)) = 10
meter = ¼ van het gebouw
2.centrale grote zaal
3.heilige der heiligen aan de achterkant
4.Alles omgeven door laterale kamers en een galerij
De tempel van Baalat Gebal heeft meer lengte dan
breedte (net zoals de Egyptische), maar is ook al veel ouder.
De tempel te Baalbeck en te Umm el ‘Amed zijn weer
lange tempels in drie gedeelten, maar met een Griekse invloed.
De tempel te Sarepta van Tanit-Ashtarte heeft een
grote zaal in O-W richting met achterin een altaar. Aan de ZO zijde is hier de
toegang en aan de N zijde is een zijgebouw voor de priesters of als depot
bedoeld.
De Aštarte tempel te Kition gelijkt sterk op die van
Sarepta, maar heeft geen vestibule: wel de 2 los staande pilaren bij de
toegang.
De functie en conceptie van de tempels schijnt bij
de Feniciërs en de Israëlieten toch anders geweest te zijn. Zo kennen de
Feniciërs geen aparte ruimte voor de godheid. De tempel van Salomo schijnt nog
met meest op de Syrische traditie te steunen, zoals tempel D te Tell Mardikh.
De Fenicische invloed komt alleen goed naar voren op het gebied van de techniek
en de decoratie.
De kolommen Jakin en Boaz zijn bij de tempel van
Salomo van brons. De kolommen bij de Melqart tempel te Tyrus en de tempel te
Hierapolis zijn van goud en esmerald. Deze kolommen komen ook al voor bij de
Tell al-Farah en te Samaria uit het 2e millennium. Het is dus een
Kanaanietisch motief (massebot=symbool vruchtbaarheid).
Kerubim: gevleugelde beelden, die de ark van het
verbond letterlijk overvleugelen. Ze vormen zo een soort troon voor Jahvé. Zij
dienen niet ter bescherming, maar als inkadering van de troon van god. De troon van Aštarte te Sidon wordt zo ook
ingekaderd door griffioenen of sfinxen.
STUDIA PHOENICIA XII
ORIENTALIA LOVANIENSIA
ANALECTA 46
58.18 Les
relations entre les cités de la F
Briquel‑
côte
phénicienne et les royaumes
Chatonnet
d'Israël et de Juda
DEPARTEMENT
ORIëNTALISTIEK LEUVEN
UITGEVERIJ
PEETERS 1992
ncfps
Geen opmerkingen:
Een reactie posten