donderdag 12 december 2013

Urbanisme

URBANISME & ARCHITECTUUR
Voor Salomo werken:
1.fenicisch(-Israëlische) handwerksman: Houram-abi. Hij is de zoon van een Tyriër en van een vrouw uit de stam Nephtali of Dan.
2.De Giblieten
3.Ambachtsman door Hiram gezonden, of hij heet zelf Hiram. Hij is een bronsbewerker, vervaardiger van de kolommen en van eredienst (metalen) voorwerpen
4.Hoofd van de werklieden: Adoram, Hadoram of Adoniram.
5.Een Fenicische architect.

In Tyrus is de tempel t.t.v.Herodotos al 2300 jaar oud. Deze stond op het kleinste eiland van Tyrus: Zeus Olympos=Baal Shamin. Hiram verbindt het kleinere met het grotere eiland.
De Fenicische steden zijn meestal havensteden met een vrij regelmatig patroon met pakhuizen, werkplaatsen en veelal gelegen op eilandjes en kapen zo mogelijk in de buurt van een riviermonding. M.u.v.Beersheva gelijken de Israëlische steden er helemaal niet op. Dit zijn meer administratieve en/of defensieve centra. Megiddo is de hoofdstad van het 5e district van het rijk van Salomo en wordt bestuurd door Baana, zoon van Ah.ilud.
Het verschil in urbanisme weerspiegelt ook het verschil in de economie:
Israël: landbouw
Tyrus: handel, industrie

Bouwmanieren & materialen:
Men maakt gebruik van aan drie zijden afgeplatte stenen, maar één kant heeft een boogronding of uitsteking, waardoor er iets van decoratie ontstaat. Verder maakt men gebruik van strekse stenen of vierkante tegels.
De pilaarmuurbouw stamt af van de Hittieten. Speciale Fenicische metseltechniek vinden we ook terug in gebouwen van Nimrud, bij Salomo en bij Achab. De muren met kazematten zien we al in de 17e eeuw. Dit zijn dubbele muren met kamers ertussen-> Palestijns/Kanaanietische oorsprong.
De proto-eolische kapitelen (met palmachtige bladeren) zijn wellicht een Israëlietische uitvinding. Dit komt in Fenicië haast niet voor, maar in Cyprus juist weer wel.

Samenstelling tempel van Jeruzalem:
1.vestibule (20 ellebooglengten (c.50 cm)) = 10 meter = ¼ van het gebouw
2.centrale grote zaal
3.heilige der heiligen aan de achterkant
4.Alles omgeven door laterale kamers en een galerij

De tempel van Baalat Gebal heeft meer lengte dan breedte (net zoals de Egyptische), maar is ook al veel ouder.
De tempel te Baalbeck en te Umm el ‘Amed zijn weer lange tempels in drie gedeelten, maar met een Griekse invloed.
De tempel te Sarepta van Tanit-Ashtarte heeft een grote zaal in O-W richting met achterin een altaar. Aan de ZO zijde is hier de toegang en aan de N zijde is een zijgebouw voor de priesters of als depot bedoeld.
De Aštarte tempel te Kition gelijkt sterk op die van Sarepta, maar heeft geen vestibule: wel de 2 los staande pilaren bij de toegang.
De functie en conceptie van de tempels schijnt bij de Feniciërs en de Israëlieten toch anders geweest te zijn. Zo kennen de Feniciërs geen aparte ruimte voor de godheid. De tempel van Salomo schijnt nog met meest op de Syrische traditie te steunen, zoals tempel D te Tell Mardikh. De Fenicische invloed komt alleen goed naar voren op het gebied van de techniek en de decoratie.

De kolommen Jakin en Boaz zijn bij de tempel van Salomo van brons. De kolommen bij de Melqart tempel te Tyrus en de tempel te Hierapolis zijn van goud en esmerald. Deze kolommen komen ook al voor bij de Tell al-Farah en te Samaria uit het 2e millennium. Het is dus een Kanaanietisch motief (massebot=symbool vruchtbaarheid).

Kerubim: gevleugelde beelden, die de ark van het verbond letterlijk overvleugelen. Ze vormen zo een soort troon voor Jahvé. Zij dienen niet ter bescherming, maar als inkadering van de troon van god.  De troon van Aštarte te Sidon wordt zo ook ingekaderd door griffioenen of sfinxen.

STUDIA PHOENICIA XII
ORIENTALIA LOVANIENSIA ANALECTA 46

58.18  Les relations entre les cités de la    F Briquel‑
       côte phénicienne et les royaumes       Chatonnet
       d'Israël et de Juda

DEPARTEMENT ORIëNTALISTIEK LEUVEN
UITGEVERIJ PEETERS 1992


ncfps

Geen opmerkingen:

Een reactie posten